KEMs

Institutionele verandering

DOEL

Working (with) the rules of the game
Inzicht geven in de effecten van instituties en ondersteunen van institutionele veranderingsprocessen.

FASE IN ONTWIKKELINGSPROCES

Deze categorie werkt op een ander niveau dan het ontwikkelingsproces en is daarom niet in te delen op de Double Diamond.

TOEPASSING

  • Institutionele veranderingsprocessen analyseren.
  • Reflectie plegen op alternatieve institutionele arrangementen
  • Evalueren van experimenten.
  • Anticiperen op effecten van nieuwe instituties.

Wat houdt het in?

Wat houdt deze categorie in?
KEMs binnen de categorie Institutionele verandering bieden inzicht in de effecten van instituties en tools om institutionele veranderingsprocessen te ondersteunen. Instituties worden veelal gezien als de rules of the game. Deze regels – formeel gezien als wetten en regels en informeel als normen en waarden – vinden betekenis bij het faciliteren en coördineren van interactie tussen individuen en organisaties.

Waarom is dat belangrijk?
Naast de wensen en mogelijkheden van burgers en belanghebbenden is ook de organisatie in en rondom de contexten van transitievraagstukken van cruciale invloed op de gewenste veranderingen. Instituties brengen verschillende mogelijkheden, beperkingen en voorwaarden met zich mee, die uiteindelijk de effectiviteit en levensduur van transities kunnen beïnvloeden. Zo kunnen zwaar geïnstitutionaliseerde systemen transities dwarsbomen, terwijl andere instituties – of juist de afwezigheid daarvan – innovaties flink kunnen aanjagen.

Wanneer pas je deze KEMs toe?
Bij vragen zoals:

  • Hoe kunnen middelen van beleid en regelgeving worden ingezet om transities te begeleiden? 
  • Hoe ontwerp je de bijbehorende organisatie, netwerkregels en gedrag? 
  • Welk leiderschap is gewenst in transities? 
  • Welke institutionele arrangementen zorgen ervoor dat transities spontaan kunnen plaatsvinden en vervolgens autonoom voortbewegen?
  • Hoe ga je om met nieuwe vormen van governance als netwerk- en zelfbestuur? 
  • Wat zorgt uiteindelijk voor maatschappelijke acceptatie van transities?

Welke methoden bestaan er?

Methoden voor institutionele verandering vinden hun oorsprong in onder andere de bestuurskunde, bedrijfskunde, politicologie en management- en organisatiewetenschappen. Recente state-of-the-art methoden zijn onder te verdelen in twee groepen:

1. Emergentie methodiek van institutionele verandering
Er zijn verschillende theoretische raamwerken en methodieken om institutionele veranderingen te analyseren: 

  • Institutional Analysis and Development (IAD) framework (Ostrom, 2005).
  • Socio-Ecologische Systemen (SES) (Ostrom’s, 2009).
  • Raamwerk voor incrementele institutionele verandering (Mahoney en Thelen, 2010).
  • Process Tracing (Collier, 2011) is een belangrijke methode om institutionele dynamiek te analyseren.
  • De Comparative Institutional Analysis (Morgan et al., 2010) kan worden gebruikt om te leren van instituties en praktijken in andere domeinen, regio’s of landen.
  • Institutional Logics (Thornton et al., 2012) is de verzameling symbolische systemen, zoals aannames, waarden en overtuigingen waarmee individuen en organisaties betekenis geven aan hun dagelijkse activiteiten. Het kan verklaren waarom institutionele veranderingen in een bepaalde sector gepaard gaan met fundamentele waarden-discussies en politieke tegenstellingen, als de nieuwe instituties op andere institutionele logica gebaseerd is dan de bestaande instituties.

2. Ontwerpmethodiek van institutionele verandering   
De toenemende mate van institutionele diversiteit en dynamiek heeft het ontwerp van instituties ingewikkelder gemaakt. Institutional design richt zich specifiek op het ontwerp en herontwerp van formele instituties die moeten leiden tot gewenste effecten (Alexander, 2005). Hieronder vallen strategieën voor institutioneel ontwerp, waarbij kennis over de aard en verscheidenheid van institutionele regels die het gedrag van actoren binnen beleidsnetwerken sturen, wordt ingezet om netwerkregels te beïnvloeden.

  • De Design Approach (Waardenburg et al., 2020) biedt een ontwerpbenadering specifiek voor collaboratieve bestuursvormen, waaronder kleinschalige experimenten en co-creatie van innovatieve oplossingen, die passen en helpen bij de dynamiek en onzekerheid van hedendaagse maatschappelijke uitdagingen.

Hiernaast kunnen evaluatietools institutioneel ontwerp verder verbeteren: 

  • Het Framework for analysing leadership functions, tasks and strategies (Meijerink & Stiller, 2013) wordt ingezet om een assessment te maken van verschillende vormen van leiderschap in interorganisatorische netwerken. Deze tool onderscheidt vijf belangrijke leiderschapsfuncties die moeten worden vervuld om transities te realiseren.
  • Het Adaptive Capacity Wheel (Gupta et al., 2010) is een assessment tool, ontwikkeld in het onderzoeksprogramma Kennis voor Klimaat. Hiermee kan het adaptieve vermogen van instituties worden beoordeeld. Het kan de sterke kanten van bestaande instituties aantonen, alsmede aangeven waar aanpassingen nodig zijn. Naast het gebruik van onafhankelijke assessments van onderzoekers, kan de tool ook worden gebruikt om practitioners zelf te laten reflecteren op de institutionele context waarbinnen ze opereren.
  • Naast het gebruik van onafhankelijke assessments van onderzoekers, kan de tool ook worden gebruikt om practitioners zelf te laten reflecteren op de institutionele context waarbinnen ze opereren. Dit valt samen met Process Management (de Bruijn et al., 2010), waarbij uiteenlopende strategieën kunnen worden ingezet om actoren in beweging te krijgen en verandering teweeg te brengen in instituties.
  • Technology Assessment (Van Est & Brom, 2012) biedt voor technologische verandering een interactieve en communicatieve methode om tot een ‘publieke opinie’ te komen omtrent de wenselijkheid en de wijze van institutionalisering van nieuwe technologieën.

Ook zijn er nieuwe principes en manieren van institutionele ontwerpmethodiek ontstaan binnen overheden:

  • Vision Zero is een Zweedse beleidsaanpak die uitgaat van een ethisch principe dat iedere verkeersdode maatschappelijk onacceptabel is (Johansson, 2009). Als gevolg van dit programma is een reeks van technologische, institutionele en gedragsmaatregelen genomen die het aantal verkeersdoden in Zweden aanzienlijk heeft verminderd. Het Vision Zero principe wordt inmiddels in andere landen en in verschillende domeinen toegepast, zoals in de gezondheidszorg en milieubeleid. Tegelijk worden er ook nieuwe beleidsinstrumenten ontworpen die kunnen meebewegen met maatschappelijke verandering.
  • Met het oog op de participatieve samenleving geeft Right to Challenge (RtC) sociale groeperingen de wettelijke mogelijkheid om doelen van een wettelijke regeling op een alternatieve wijze te realiseren of zelfs over te nemen.

Institutionele verandering in de praktijk

Videos

Fieldlabs, proeftuinen, living labs enzovoorts: dit zijn allemaal experimenteeromgevingen waarin innovaties onder andere worden getest. CLICKNL introduceert een splinternieuw landelijk programma genaamd EXCEED, oftewel ‘Expert Coalition for Experimental Environment Development’. Om je kennis te laten maken met het nieuwe programma, maakten we deze video. We nodigden daarvoor programmamanager Martijn Arnoldus en Linda Vermaat (directrice van Innofest) uit.

Cases

Het sociale zekerheidsstelsel in Nederland is bedoeld om te zorgen voor alle Nederlanders, wanneer ze dat zelf niet lukt. Alleen blijkt het stelsel tegenwoordig niet meer goed te werken: het biedt geen zekerheid, maar maakt mensen juist onzeker. Onzeker over hun inkomen en hun bestaanszekerheid. Muzus bracht de ervaringen van Nederlandse burgers via verschillende projecten in kaart en ontwierp daarbij oplossingen om de overheid en uitvoeringsorganisaties in beweging te krijgen naar een stelsel voor sociale zekerheid, waarin de burger centraal staat. Met wetten en regels die werken voor de mensen voor wie ze bedoeld zijn.

Cases

De agrarische sector en haar ondernemers staan onder druk. Wet- en regelgeving wordt continu aangescherpt door toenemende eisen voor o.a. het klimaat, water- en bodemkwaliteit. Hoe komt het dat de problemen alleen maar groter worden en relaties polariseren? Kunnen we dit doorbreken?