KEMs

Systeemverandering

DOEL

Verandering vanuit systeemperspectief
Transities begrijpen en vormgeven door middel van een toekomstgerichte en systeemgerichte aanpak.

FASE IN ONTWIKKELINGSPROCES

Deze categorie werkt op een ander niveau dan het ontwikkelingsproces en is daarom niet in te delen op de Double Diamond.

TOEPASSING

  • Helpen het systeem te modelleren en de dynamiek daarvan te begrijpen.
  • Helpen bij het ontwikkelen en kiezen van interventies om de benodigde verandering teweeg te brengen.
  • Helpen bij het organiseren van transities.
  • Helpen om te leren van de verandering.

Wat houdt het in?

Maatschappelijke systemen
Bij systeemverandering wordt er naar complexe maatschappelijke systemen gekeken. Een maatschappelijk ‘systeem’ is een samenhangend stelsel van denken (waarden en denkbeelden), organiseren (structuren en netwerken) en praktijken (routines en gedrag). Voorbeelden van actuele thema’s voor maatschappelijke systeemverandering zijn energie, mobiliteit, zorg en waterbeheer. Ook kan het om een gebied (stad, buurt of regio) of organisatie (universiteit, bedrijf of overheidsafdeling) gaan.

Systeemverandering
Systeemverandering gaat over hoe het schoksgewijze transitieproces beïnvloed kan worden. Hiervoor moet men de dynamiek binnen systemen kunnen begrijpen: er is een holistisch perspectief nodig waarin alle elementen die van belang zijn voor de transitie in relatie tot elkaar beschouwd kunnen worden. Vanuit historisch transitieonderzoek komt naar voren dat fundamentele systeemverandering schoksgewijs is: lang kan een systeem stabiel zijn en slechts geleidelijk verbeteren. Maar als de omgeving verandert, gaan mensen op zoek naar alternatieven en kan de veranderdruk oplopen. Aanvankelijk verzetten partijen binnen het systeem zich tegen verandering, maar er kan een punt komen dat het onhoudbaar wordt, waarna een schoksgewijze verandering optreed en een verschuiving naar een nieuw evenwicht. Het ontwerp van interventies vereist daarom allereerst inzicht in de historische ontwikkelingen, de opbouw van transitiedruk en de mogelijke toekomstige dynamiek. Vervolgens vraagt het een veel ontwerpender en experimentelere vorm van interveniëren om die dynamiek te beïnvloeden.

Wat houdt deze categorie in?
KEMs binnen de categorie Systeemverandering bieden methoden om in participatieve processen transitieruimte te maken en methoden om de gewenste transities richting en snelheid te geven. Dit valt uiteen in instrumenten om de transitie druk mee op te voeren (die meer analytisch, duidend en confronterend zijn) en instrumenten om de gewenste transitie zichtbaar mee te maken (die meer ontwerpend, verkennend en experimenterend zijn). Daarbij ontlokken ze debat en ondersteunen ze het sociaal leren van invloedrijke partijen binnen de context van de transitie. Ook helpen KEMs in deze categorie bij het begrijpen en ‘sturen’ van systeemverandering door slimmer te anticiperen, sneller te reageren en ‘al-doende te leren’ en ‘al-lerende te doen’.

Waarom is dat belangrijk?
Transities impliceren een verandering of kanteling van een bestaand systeem, waar partijen vanuit het bestaande zich van nature tegen verzetten. Tegelijkertijd geeft een transitie het benodigde momentum om sociale en ecologische doelen binnen relatief korte termijn te halen. Met regulier beleid en voortmodderen maken we het bestaande nooit duurzaam genoeg (we houden het slechts in stand met crises en vastlopen als gevolg). Door ruimte voor verbeelding, transformatieve innovatie en nieuwe samenwerkingen voor transitie te ontwikkelen, vergroten we de kans op een gewenste transitie.

Kenmerkend aan systemen is dat ze zich slecht laten definiëren en onvoorspelbaar zijn. Ze kennen een veelheid aan elementen en (onderlinge) relaties die leidt tot een complexiteit die zich moeilijk laat beheersen of veranderen. Het ontwikkelen voor en aan systemen is daarmee een dynamisch vraagstuk – wat om een transdisciplinaire aanpak vraagt. KEMs in deze categorie helpen deze complexiteit te omarmen en een langetermijnkoers te varen. 

Wanneer pas je deze KEMs toe?
Bij vragen zoals:

  • Wat drijft systeemverandering?
  • Hoe richten we systeemveranderingsprocessen in?
  • Hoe en waar kunnen we het best ingrijpen in het systeem om de gewenste transitie te bespoedigen? 
  • Hoe kunnen voorwaarden worden geschapen die sociaal maatschappelijke systemen in staat stellen zichzelf (continu) te veranderen en te ontwikkelen?

Welke methoden bestaan er?

1. Methoden om het systeem te modelleren (dynamiek begrijpen)
Om de strategie te bepalen om een gewenste systeemverandering te beïnvloeden, is het nodig te begrijpen hoe het huidige speelveld eruitziet. Aan de hand van een gekozen systeemlens of conceptueel kader worden vragen gesteld zoals: wie zijn belangrijke spelers (in termen van macht of belang), wat zijn de belangrijke denkkaders, hoe wordt waarde uitgewisseld en aan welke innovaties wordt gewerkt? Hierbij zijn vooral de verbanden en relaties tussen deze systeemelementen van belang en het effect daarvan op de dynamiek van het systeem. Vanuit verschillende disciplines worden hier methoden voor aangereikt:

  • Multi-Level Perspective: deze methode stelt dat we transities kunnen begrijpen als interacties tussen ‘het landschap’ (i.e. ontwikkelingen op het gebied van politiek, cultuur, wereldbeelden en paradigma’s), ‘het regime’ (i.e. de heersende denkkaders, instituties en infrastructuur) en ‘niches’ (i.e. plekken waarbinnen afwijkende praktijken plaatsvinden). Vanuit dit conceptueel kader worden vernieuwende bewegingen en behoudende krachten geanalyseerd door middel van historische analyse en kwalitatief onderzoek (Geels, 2002).
  • Proces-methode TIS-analyse: deze methode valt binnen het perspectief van technology-innovation systems (TIS). Oftewel, ‘het netwerk van interacterende agenten in het economische veld die opereren binnen een bepaalde institutionele infrastructuur en betrokken zijn bij de generatie, diffusie en het gebruik van technologie’. De procesmethode bestudeert de onderliggende mechanismen aan technologieverandering over tijd, via data-analyses van events op microniveau (bijvoorbeeld verslagen van overleggen en organisatorische rapporten) of op systeemniveau (krantenarchieven en vakbladen) (Hekkert et al., 2006).
  • Gigamapping: deze methode valt binnen de pluralistische systemische ontwerpbenadering, waarbij steeds pragmatisch een conceptuele lens gekozen wordt aan de hand van de eigenschappen van een complex vraagstuk. Dit kan gaan om zowel ecologische, technologische, maatschappelijke, persoonlijke, culturele, politieke, wettelijke en economische als om demografische lenzen en om zowel micro-en macro-perspectieven. Op basis van een mixed-method aanpak met bijvoorbeeld stakeholder interviews, gebruikersobservaties en dialoogsessies worden in een gigamap verschillende perspectieven en de daaruit vloeiende elementen en relaties in kaart gebracht en geduid (Sevaldson, 2011).

2. Methoden om interventies te ontwikkelen en kiezen (hoe te interveniëren) 
Systeemverandering sturen is complex. Dit vraagt om methoden die helpen bij de ontwikkeling van interventies en die houvast bieden bij het maken van strategische keuzes. Wat is onze gedeelde visie op hoe verandering tot stand moet komen? Welke interventies zien we als meest effectief? Welke initiatieven bestaan er en moeten we zien op te schalen?

  • Leverage Points: het concept leverage points geeft plaatsen aan in een complex systeem waar een kleine verandering tot grote impact in een systeem kan leiden (Meadows, 1999). Meadows bepaalde twaalf leverage points op volgorde van effectiviteit, waarbij we op het minst effectieve niveau invloed kunnen uitoefenen door constanten, parameters en getallen (zoals subsidie of standaarden). De meest effectieve niveaus gaan over de mindset of het paradigma waaruit het systeem voortkomt, en de kracht om paradigma’s te overstijgen.
  • Transition Design: transition design is een framework dat een ontwerpgedreven maatschappelijke transitie promoot voor een duurzame toekomst, gebaseerd op een concept voor een volledig nieuwe lifestyle die lokaal en op menselijke schaal wordt ontwikkeld, en tegelijkertijd globaal genetwerkt is qua uitwisseling van informatie en technologie. Het framework omvat vier sleutelgebieden (i.e. visie voor de transitie, theory of change, houding en mindset, en nieuwe manieren van ontwerpen) waarvoor een narratief, kennis, vaardigheden en acties kunnen worden ontwikkeld (Irwin, 2015).
  • Multicriteria Mapping: deze methode helpt om verschillende perspectieven op diverse beleidsopties voor systeemveranderingen in kaart te brengen. Door middel van een gestructureerde interviewtechniek en computeranalyse worden alle opties op een symmetrische manier bekeken door verschillende actoren. Hierbij kijken ze zowel naar sociale als naar technologische aspecten (Stirling et al., 2007).

3. Methoden voor het organiseren van transities 
Het is onmogelijk om als buitenstaander systeemverandering te realiseren zonder relaties aan te gaan met het systeem. Dit betekent dat actoren of bedrijven die systeemverandering willen sturen, strategisch na moeten gaan hoe ze de relatie met het bestaande systeem aangaan en vormgeven. Hoe vorm je een netwerk met een gedeelde missie? Hoe richt je het proces in? Hoe verdeel je de rollen onderling en bouw je nieuwe structuren van samenwerking? En hoe kun je als netwerk van stakeholders systeemverandering als het ware ‘piloten’ door samen te experimenteren met nieuwe middelen en processen?

  • Transitiearena is een methode waarbinnen een selectief gezelschap (een innovatienetwerk) met uiteenlopende perspectieven en rollen werkt aan een toekomstvisie en transitiepad voor een specifieke transitie (Loorbach, 2014).
  • Sociotechniek laat zien hoe je (netwerken van) organisaties integraal kan veranderen zodat ze een maatschappelijke bijdrage kunnen leveren. Daarvoor moet je starten bij de structuur (de manier waarop taken zijn verdeeld en gekoppeld). Wat betere structuren precies inhouden, verschilt per concrete context – de KEM sociotechniek biedt houvast om per context structuren te ontwerpen en/of weer te herontwerpen (de Sitter, 1994).
  • Transformative Practices: dit is een ontwerpgestuurde aanpak die multi-stakeholder teams helpt om complexe systemische maatschappelijke uitdagingen te onderzoeken, daar oplossingen voor te ontwerpen en zo te innoveren. Door bewust te spelen met verschillende samenstellingen van mensen en interacties (aan de hand van producten, systemen, omgevingen, services, beleidsinstrumenten) transformeert de persoonlijke en sociale ethiek en aanverwant gedrag van (groepen) mensen.

4. Methoden om samen te leren van de verandering 
Complexe dynamische systemen zijn niet te controleren. Daarom moeten we leren ‘dansen’ met systemen. Lerend van Oosterse filosofieën, moeten we onze Westerse – vaak vanuit reductionistische paradigma’s – vergaarde kennis zien in te zetten in onze praktijken om transities te begeleiden. Dit vereist flexibiliteit en ‘reflexiviteit’. Hoe kunnen we zo effectief mogelijk leren van ons handelen, tijdens ons handelen?

  • Pragmatische reflexiviteit: traditionele reflexieve aanpakken zijn gericht op het genereren van consensus. Pragmatische reflexiviteit daarentegen is een open, transformatief en actie-georiënteerd collectief proces van reframing van het vraagstuk en van onderliggende waarden, ideologieën en machtsstructuren. De methode bestaat uit gezamenlijke experimenten en sociaal leren met zowel wetenschappelijke als buitenwetenschappelijke expertise (Popa et al., 2015).
  • Dialogic Design: dit is een methode als onderdeel van co-design waarin verschillende stakeholders hun specifieke ideeën, vaardigheden en cultuur inbrengen en actie kunnen ondernemen. De problemen en spanningen die hierdoor kunnen ontstaan, worden met behulp van een dialoogtechniek besproken, waarbij actoren luistervaardigheden toepassen, van gedachten kunnen veranderen en uiteindelijk convergeren naar een gedeeld perspectief (Jones, 2014; Manzini, 2016).

Systeemverandering in de praktijk

Cases

Het sociale zekerheidsstelsel in Nederland is bedoeld om te zorgen voor alle Nederlanders, wanneer ze dat zelf niet lukt. Alleen blijkt het stelsel tegenwoordig niet meer goed te werken: het biedt geen zekerheid, maar maakt mensen juist onzeker. Onzeker over hun inkomen en hun bestaanszekerheid. Muzus bracht de ervaringen van Nederlandse burgers via verschillende projecten in kaart en ontwierp daarbij oplossingen om de overheid en uitvoeringsorganisaties in beweging te krijgen naar een stelsel voor sociale zekerheid, waarin de burger centraal staat. Met wetten en regels die werken voor de mensen voor wie ze bedoeld zijn.

Cases

In het project BZelf hielp Zeewaardig een groep ambtenaren om de ontwerpende aanpak zich eigen te maken binnen een experimenteer- en leeromgeving. Door zelf aan de slag te gaan met praktijkcasussen leerden ze ontwerpmethodieken- en principes toe te passen en de vertaling te maken naar hun dagelijkse werkzaamheden.

Cases

De Straatlab-aanpak creëert ruimte voor een gezamenlijke en toekomstgerichte manier om na te denken over nieuwe oplossingen voor meer duurzame manieren van mobiliteit en inrichting van de publieke ruimte.